-
Geen ‘ja-ha’, wel Jamai
-
Inspectie ochtendontlasting wijst uit:
-
Brief aan de VPRO Gids
Geachte redactie,
Lekker stuk over Deurne in de VPRO Gids van deze week. En natuurlijk gaat het altijd weer over ‘Het Dorp’, het lied van Wim Sonneveld op een tekst van Friso Wiegersma. Het verhaal dat dit lied over Deurne zou gaan is echter een almaar voortlevende misvatting. Tijdens het laatste Ondernemerscafé voor de zomer heeft ondergetekende glashard geschiedkundig onderzoek gepresenteerd waaruit blijkt dat het betreffende lied niet over Deurne zelf gaat, maar over het naburige kerkdorp Vlierden. De hele kwestie rondom de zogenaamd verdwenen pomp voor het Deurnese raadhuis is een gecoördineerde actie van geschiedvervalsers die deze bittere waarheid niet onder ogen willen zien.
Met vriendelijke groet,
Michiel Eijsbouts
-
Amsterdamse ‘humor’
Het is zaterdagmiddag en dus is er markt op de Lindengracht in de Jordaan. Een studente, nieuw in de buurt, heeft net voor 50 cent een komkommer gekocht bij de groentekraam. De marktkoopman, type marktkoopman: “Schat, je ken hem altijd komme ruile hoor.” Het meisje kijkt hem niet-begrijpend aan. Wat moet er in hemelsnaam mis zijn met een komkommer dat je hem zou willen ruilen? De koopman, met een knikje naar de langwerpige groene vrucht: “As-ie nie past.” Knipoog, grinnik, blosjes op de wangen: “Geintje, schat!” En een gulle lach van de marktkoopman.
Ach ja, die typische Amsterdamse humor, plaatselijk dus beter bekend als ‘gein’. We horen het steeds minder, met dank aan het wegtrekken van een groot deel van de echte Amsterdammers naar randgemeenten als Purmerend, Diemen en Almere. Maar her en der in de stad zijn er nog bastions waar de gein hoog in het vaandel staat. Op de dagmarkten, in de koffiehuizen, de kroegen waar André Hazes wordt gedraaid om niet-ironische redenen. Dat zijn de plekken waar de ‘moordgozers’ in gevatheid opbieden tegen de ‘wereldwijven’. En die gevatheid, dat is meteen het meest opvallende kenmerk van de Amsterdamse gein. Ik heb Freek de Jonge wel eens horen zeggen dat de Amsterdammer altijd bereid is om op straat een grap tegen je te maken, bij voorkeur over iets dat je op dat moment in je handen hebt. Een treffende observatie van de oude cabaretier, waarbij echter de term ‘grap’ niet al te strikt gehanteerd moet worden. -
Dat klopt wel
-
En dit dan?
-
We zijn binnen!
-
‘Zonder Woorden’
-
Zo kan het ook
-
Brief aan T-Mobile
T-Mobile
t.a.v. de directie
Waldorpstraat 60
2521 CC Den HaagAmsterdam, 23 juli 2010
Geachte directie,
Reeds vele jaren ben ik een trouwe klant van uw telefoniebedrijf. Het allereerste abonnement voor mobiele telefonie dat ik ooit afsloot was bij Ben, de middels stemmige televisiespotjes in zwart en wit aan de man gebrachte telecomfirma annex levensstijl. Deze Ben verdween na enige tijd uit mijn zicht om plaats te maken voor de door u bestierde firma, en eigenlijk ben ik daarover nooit echt bovenmatig ontevreden geweest. Helaas is er deze week wat bewolking opgetreden in onze relatie. Gaarne doe ik u even kond van mijn klacht.
Sinds begin 2009 beschik ik over een iPhone, het wonderapparaat van de hand van de heer Jobs uit de Verenigde Staten van Amerika. Dit apparaat werd mij door een representant van uw bedrijf in gebruik gegeven met als enige tegenprestatie mijnerzijds de ondertekening van een meerjarig contract behelzende de afname van mobiele telefonie- en internetdiensten. Al ras na ingebruikname van het wonderkastje was ik er aardig bedreven mee en gelukte het mij om mensen en instanties te bellen die zich op dat moment bevonden in uiteenlopende plaatsen als Utrecht, Rotterdam en Stadskanaal. Ook een amusant spel als Dark Nebula liet zich door mij gretig spelen. U hoort het, die iPhone paste mij als een jas.










Reacties