-
Ga Nooit Weg Zonder Te Groeten
Een krokodil en een dennenboom maken een cruise. De boot raakt een ijsschots en vergaat. Na dagen dobberen in een luchtband spoelt het tweetal aan op een onbewoond eiland.Het eiland is niet alleen onbewoond, maar ook volledig kaal.
Na een uurtje verzucht de krokodil dat ie geweldige honger heeft.
‘Akkoord’, zegt de dennenboom, maar waarom zit je mij daarbij zo broeierig aan te kijken?!’
‘Gast, maak je niet druk, ik ben geen vegetariër!’
‘Maar waarom ga je niet jagen in zee? Dat doen krokodillen toch?!’
‘Ik kan helemaal niet jagen,’ aldus de krokodil, ik ben geboren en getogen in een dierentuin.
‘Maar, ik heb een beter idee. Als we jou nou eens in het water leggen als visnet. Kijken wat je allemaal vangt met je takken.’
De dennenboom is niet echt enthousiast, maar durft de krokodil toch niet tegen te spreken.
-
El Salvador
Er zijn dingen waar ik goed in ben, erg goed zelfs volgens collega’s en vrienden, maar er zijn ook dingen waar ik helemaal niks van bak. Afscheid nemen van mensen bijvoorbeeld, daar ben ik echt een kruk in.
Het afscheid dat mij ooit het meeste pijn deed was de dag dat mijn moeder mij achterliet in de klas toen ik voor de eerste keer naar school werd gebracht. Ik schijn de hele dag te hebben gehuild en was niet tot bedaren te brengen. Het was alsof op die dag definitief de navelstreng tussen ons beiden werd doorgesneden.
Als vroeger een vriendinnetje het uitmaakte, of zelfs als ik het uitmaakte was ik weken van slag.
Niet alleen het idee dat ik afscheid moest nemen van het meisje maakte mij bitter bedroefd, maar evenzeer het vooruitzicht dat ik haar ouders niet meer zou zien.
Maar ook de verhuizing van een goede vriend naar een andere stad bracht mij tot tranen. Het was zo erg met mij dat ik al hysterisch werd als vroeger bij ons thuis de visite weg ging aan het eind van de avond. Ongeacht wie het waren, het ging vooral om het idee. -
Oranjezonnetje 2
Zoals u vorige keer hebt kunnen lezen, ben ik absoluut geen liefhebber van hitte. Sterker, ik kan er absoluut niet tegen.
Na het onweer en de daaropvolgende weeromslag had ik even de ijdele hoop dat het nu gedaan was met die ellende. Maar nee; na een paar dagen werd het weer zo ongegeneerd warm.
Gedurende zo’n hittegolf kom ik de deur niet uit. Moeder de vrouw meurt een uur in de wind bij zulke temperaturen. Dus ik zeg nog van: “Greet, wel graag de knietjes bij elkaar en anders even die echoput van je uitmesten met een staalborstel.”Zelf zit ik de hele dag doodstil op mijn stoel voor een hevig lawaaimakende fan. De enige beweging die ik elk kwartier maak is naar het kratje bier dat naast me staat.
Als die hitte nog een week duurt, ben ik alcoholist. Niks aan te doen. Nou ja, erf ik buiten die stierennek nog iets van mijn vader. Slaat het toch geen generatie over, die drankzucht.
Aangezien mijn gezin een dagje naar het strand ging, was ik helaas genoodzaakt de deur uit te gaan om wat leeftocht in te slaan. -
Olie op het podium
-
Oranjezonnetje
Zelfs al smelten de vullingen in je gebit en staat de ijskast te koken, nog presteren mensen het om te zeiken over het klimaat in ons land.‘Dat noemen ZE nou zomer’, is bijvoorbeeld het statement dat gebezigd wordt bij het geringste wolkje dat voor de zon trekt. Dat terwijl we godbetere nog maar in juni zitten!
Hierbij in het midden latend wie ZE dan wel zijn. Het KNMI, de vakbonden of wederom ‘de hoge heren uit Den Haag’?!Nou, me dunkt dat die zeikerds de laatste tijd op hun wenken bediend zijn, godsammekrake! Wat een ellende die pesthitte!
’s Nachts drijf je je nest uit met die pokkewarmte en overdag is het nog erger. Dan plakt alles en iedereen aan elkaar vast (ik wou de hond eventjes aaien en we zitten nu al een week aan elkaar vast).
Nee, voor mijn part regent ‘t de hele zomer!
En als iemand onverhoopt het woord ‘oranjezonnetje’ bezigt vallen er gegarandeerd doden.
Meer, meer, u wilt meer » -
No more bolero’s!
Aangezien het KNMI niet alleen warm, maar tevens droog weer had voorspeld besloot ik om met mijn vrouw een fietstochtje rond de Haarlemmermeer te maken. Na plusminus twintig kilometer brak er een verschrikkelijk onweer los, dat ons noodzaakte te schuilen in een cafeetje, waar ik onder gunstiger omstandigheden weleens op het terras had verpoosd.
Het zicht plus de adem werd ons bijna ontnomen door een dichte damp van sigaren en sigaretten. Het rookverbod werd hier blijkbaar niet al te fanatiek gehandhaafd.
‘Hé meiden’, lalde een mastodont in blauwe overall met klompen aan zijn voeten en een oranje klomp op zijn hoofd, ‘ kennen jullie niet tegen een beetje nattigheid?!’De overige bezoekers, waarvan de meesten in het oranje getooid, lachten onbedaarlijk. Ik bestelde twee biertjes en we nestelden ons in een hoekje bij het raam, terwijl de jukebox Junge, komm bald wieder kweelde. Nou, ‘bald wieder’, kon nog wel eens tegenvallen, vermoedde ik.
-
De Sjeik
-
Wan Wee Wint
Gedurende de periode dat ik voor Aktueel en Penthouse schreef ging er dikwijls een fotograaf mee op pad. Vaak waren dat stugge techneuten die de gewoonte hadden het urenlang op een grimmig zwijgen te zetten.Zat je soms urenlang met zo’n gast in de auto op pad naar een te maken diepte-interview of reportage ergens in een uithoek van het land. En zo iemand was natuurlijk een beroerde combinatie met uw favoriete jongbejaarde. Mensen die mij kennen weten dat ik een opgeruimd persoontje ben dat liefst onafgebroken aan het woord is. Als de fotograaf urenlang dat slappe geouwehoer had moeten aanhoren, kon het weleens gebeuren dat zo’n man brak en geheel buiten zinnen begon te krijsen dat ik mijn kop moest houden. Was ik natuurlijk weer zwaar beledigd met gevolg dat de rest van de reis verliep in een vijandige stilte. Had zo’n man toch zijn zin.
Gelukkig waren ze niet allemaal zo. Vaak mocht ik op pad met John Kelly, een Engelsman die, zo begreep ik, ooit de fotograaf van de Beatles was. Een geweldige fotograaf en ook iemand waar je enorm mee kon lachen en waar ik het uitstekend mee kon vinden. Met zo’n man ging ik graag de baan voor het wonderblad Aktueel.
Zo herinner ik mij een interview met schaatser Erik Hulzebosch die wij opzochten in zijn dorp ergens in Overijssel.
John en ik werden gevraagd om mee te eten. Na het eten gingen Hulzebosch en diens vrouw in gebed, terwijl John de mensen met open mond bleef aangapen.
Terug in de auto vroeg ik waarom hij zo naar ze zat te turen terwijl ze zaten te bidden.
‘I thought they ran out of conversation!’ luidde zijn antwoord.
-
Een staande schemerlamp

Té gèk!
Ooit schreef ik voor een blootblad. Dit blad ging na de oprichting enkele malen over de kop, maar bleek tot mijn verbazing vandaag de dag nog steeds te bestaan.
Eens moest ik met een fotograaf van het blad een sfeerimpressie maken over Antwerpen. Iets over het uitgaansleven daar, een verslag van de hoerenbuurt en de schier onvermijdelijke Vogeltjesmarkt. Voor ons vertrek moest de fotograaf eerst allerlei blijkbaar onmisbare zaken inslaan als anti-roosshampo, een fietspompje(!) en drie dozen Kleenex.
In Antwerpen aangekomen moesten we eerst zo snel mogelijk een hotel zien te vinden. Na lang zoeken en sjouwen vonden we een klein morsig pension onder de rook van de kathedraal. Volgens de uitbaatster, een kwaadaardige kobold met beige tanden en een snorrebaard, zou je niets van de kerkklok horen ’s nachts. En: ‘Er zaten nog meer Ollanders in het hotel.’ Voor mij allerminst een aanbeveling. Ernstiger was dat er geen kamers meer voorradig waren met aparte bedden, zodat ik genoodzaakt leek om met mijn reisgenoot onder 1 dek te moeten. Aangezien het er niet naar uit zag dat we nog iets beters zouden vinden, stemde ik toe; onder protest natuurlijk!
-
Dikke Paul

Hoogstwaarschijnlijk een andere Paul dan de Paul die in dit stukkie beschreven wordt
Zo’n tien jaar geleden zag ik hem voor het eerst in de sportschool: Dikke Paul. Een vulgaire vijftiger die zeker de schaal op 120 kg tipte.
Dikke Paul trainde amper, maar was vooral doende ranzige praatjes uit te serveren aan het vrouwvolk. Dan kwamen er pareltjes voorbij als: “Zeg schoonheid, waar gaan die beentjes naar toe?!” Of: “Zeg dame, zou het wat kennen worden tussen ons?!”
Ook hoorde ik hem eens de klassieker maken van “Mevrouw; u ziet er nog heel goed uit. Voor uw leeftijd.” De aangesprokene, een lookalike van Neelie Kroes, keek hem vernietigend aan en sprak ijzig: “Meneer, moet u niet terug naar uw werk? Straks worden ze nog ongerust op de Sociale Werkplaats.”
Dit nu was genoeg voor dikke Paul om de vrouw uit te maken voor “vieze pot” en “moffenhoer”(?!).
De directie moest er aan te pas komen om dit opstootje op te lossen.
Dikke Paul noemde zich een “natuurmens”, en om die reden vond hij het “natuurlijk” om ongebreideld boeren en winden te laten.
Als enige man deed hij mee aan een fitnessklasje. En terwijl hij de natuur zijn werk liet doen stonden de dames verderop met kwade koppen in een kluitje, zo ver mogelijk van Dikke Paul vandaan.
Maar ook na de training in de douches wist hij zich onmogelijk te maken. Dan nam hij de kraanvogelstand aan, dat wil zeggen dat hij een been op de vloer had en de andere tegen de wand geplant zodat het water ongehinderd zijn kont kon inregenen.




Reacties